Zeg eens ‘meisje’ -waar ga jij heen

Een elektrische gitaar, een afwasmachine. Een handboor. Een boek. Een grote bijrol in een B-film. Een tourbus en een rijbewijs.

Ik ben nog lang niet klaar met leven. Op mijn verlanglijstje staan nog materiële dingen die ik maandelijks zal blijven uitstellen ‘tot mijn volgende loon’ of tot dat van volgend jaar. Vaardigheden die autodidactisch of via (gewillige) (toekomstige) vrienden verworven moeten worden. Omdat de baan nog lang is, is het vooruitschuiven gemakkelijk. Dus ik kan duchtig blijven dromen en intussen grof vloeken.

Soms is de balans zwaar kwijt, wipt ze zwierig tussen gemoedstoestanden. Zekerheid, onwetendheid. Dromen, geen daden. Oud worden, puberaal blijven. Bitch zijn of zo’n lief meisje zoals al die anderen. Dan sprint ik terug naar de reclamefolders die achter mij op de stoep knalden. Tot vijfmaal toe zei de postbode ‘dankoewel’. Of die blinde, onbekende Bart die ‘tot ziens’ zei nadat ik zo vrijpostig was om te zeggen ‘zal ik u naar huis brengen.’ Nadien hoopte ik echter dat hij mij niet hoorde glimlachen in die context.

Na het afvinken van de goede daad van de dag durf ik al eens zagen, rollen met mijn ogen, of een gemene opmerking maken over iemands contouren. Mijn hart en mijn (ongegronde) meningen rollen dan te vlot over mijn tong, met uitzondering van verlegen momenten of afstandelijke professionaliteit.

Zullen we doen alsof dat allemaal normaal is? Ondanks alles.

Reageer