Spiegeltje spiegeltje

Marie kwam tot de conclusie bezeten te zijn.
Geen hond begreep waardoor ze zo gebeten was. Geen vloek of moderne heks had iets in de pap te brokken (lees: gemengd) .
Neen, ze was bezeten door een steeds terugkerende maalstroom van gedachten die haar vasthield en tot een nieuw avondlijk ritueel had aangezet [naast het zondagse grazen in haar tuin, cf. de oude doos: http://pisblom.wordpress.com/2010/01/26/comme-comme-comme/].
Iedere avond na het tandenpoetsen, het welterusten kussen van John en net voor het dichtvallen van haar oogleden, sloop ze het huwelijksbed uit richting badkamer. Tien minuten, misschien een half uur, staarde ze vervolgens in de spiegel, op zoek naar oogcontact. Maar tot haar grote teleurstelling keek niemand terug. Nooit.

In die vijf maanden dat ze haar zogenaamde zelfbeeld zocht, had ze enkel een bedenkelijke blik gevonden. Deze keek niet haar richting uit maar vestigde de aandacht op het drukgebloemd douchegordijn achter haar. Elke keer opnieuw trachtte Marie de blik te vangen, elke keer opnieuw ving ze bot.
Na wat staren en geërgerd gezucht, probeerde ze meestal zes maal haar zelfbedachte 4W-formule uit. Wie ben jij? Wat doe jij hier? Wat zoek je? Waar wil je heen? (x6)
Maar haar spiegelbeeld antwoordde niet. Nooit. Ook deze keer niet. Ai. Kloppende slapen, bonzend hoofd, een vloektirade borrelde op. Voor Marie was de maat vol, hier en nu.

Gij ongelooflijke trut! Kijk mij aan als ik iets vraag! Heeft uw moeder u dan nooit geleerd de mensen van repliek te dienen? Maanden sta ik hier al voor uw neus, maar gij ziet mij gewoon niet staan. Serpent!”
Net op het moment dat ze een krultang richting spiegel wilde keilen, hoorde ze de plof van een champagnekurk. Instinctief dook ze onder de wastafel om vervolgens de badkamer te bespeuren. Tot haar grote verbazing stond op de rand van de badkuip een fles champagne over te lopen, geflankeerd door twee glazen van het beste servies.
Omdat Marie niet van verspilling hield, kwam ze iets te snel van onder haar schuilplaats, daarbij de venijnige rand van de wastafel vergetend (dat werd een dikke bult en ’t was haar eigen schuld).
“Ach, lieve John.” Het restje champagne verdeelde ze over beide glazen en bruisend van liefde opende ze de badkamerdeur.

Hela, vergeet ge niemand!”
Marie draaide zich om. Haar spiegelbeeld vertoonde getuite lippen en een opgetrokken wenkbrauw.
“Sta niet zo te gapen en kom wat dichter.”
“Excuseer, maar waarom…”
“Die spreuk van u, mooi geprobeerd, maar lief kind, ik verkies harde taal. Uw uitbarsting van daarnet heeft eindelijk de champagnefles ontkurkt, het enthousiasme opgeflakkerd. ”
“Maar wie…wat…wat…waarom…?”
“ Kom, zet een glas voor mijn neus zodat we kunnen klinken. En kijk in mijn ogen! Uw moeder heeft zeker verteld dat ge iemand in de ogen moet kijken tijdens het heffen van het glas want anders… Santé!”

En zo kruiste Marie’s blik eindelijk de hare. Ze wist nu wie ze was, wat ze hier deed, wat ze had gezocht en waar ze heen zou gaan.

Reageer