Operatie Chaumes

Het stinkt hier.”

Vanessa zocht de oorzaak van de onbehaaglijke geur die zonet haar neusgaten was binnengedrongen.
“Vooruit, haast je, straks zijn onze gasten er en het laatste wat wij willen is een onfris geurend huis. Dus bukken, snel en speur de woonkamer rond.”
Tja, dat ze overdreef, wist Patrick al langer, maar hij had niets te zeggen. Ook figuurlijk droeg zij de broekrok, zwaaide ze de salamiplak, zong ze de hoogste noot, had ze de touwtjes stevig in handen.
Zonder morren – hij wist waartoe tegenspraak zou leiden – nam hij daarop de beginpositie aan.
“Dieper zakken, neus tegen de grond en ogen open. Vooruit!”
Hij zakte dieper, zo diep tot het puntje van zijn neus het vers geboende parket raakte. Maar beide ogen openhouden, bleek niet zo evident. Patrick keek scheel en in combinatie met de geur van boenwas werd het zwart voor zijn ogen. Hij greep zijn voorhoofd en kreunde: “Ohao.”
“Zeg dat het niet waar is. Een man in huis, een goed gerief? De vrouw die zoiets bedacht heeft, zag mogelijk nog nooit een exemplaar van dichtbij. Waardeloos, compleet nutteloos. Ach, aan de kant. Zo doe je dat.”
Daar ging ze. Dat het vlot moest gaan, stond buiten kijf. Al was dat buiten Vanessa’s outfit gerekend. In al haar furie en enthousiasme, vergat ze dat haar strakke, aanpassende rok geen split bevatte. Althans, tot op dat moment, want met de daaropvolgende “krak” was die split een feit.
Ding dong. (de bel)
“Oh fuck ze zijn er, oh shit, oh kut. Patrick, Patrick…”

Maar Patrick was volledig out, niet zozeer door de geur van boenwas dan wel door de trap die zijn vrouw hem in al haar frustratie had verkocht. Niet bedoeld hem werkelijk pijn te doen, maar toch – per ongeluk? – met de naaldhak van haar schoen, recht in zijn kruis.
“Godverdegodver.”
Vanessa probeerde recht te krabbelen. Maar dat bleek onmogelijk en toen ze naar haar benen keek, werd ook duidelijk waarom: haar knie was uit de kom. Vanessa wou een gil slaken, maar naar adem happen lukte niet zo goed, het werd troebel voor haar ogen, ze viel bewusteloos.

Ding dong. (opnieuw, de bel)

Joehoe, we zijn via de achterdeur gekomen, want de bel blijkt het niet te doen. Oelala, de tafel zo keurig gedekt. Amaai, een heel buffet. Dat belooft. Patrick, Vanessa?”

(stilte)

Marie-Jeanne, ’t is gelukt. Van hun gekibbel zullen we deze keer geen last hebben. Toch benieuwd hoe je het geflikt hebt. Maar zeg, wat stinkt hier zo?”

Kijk straks maar eens onder de sofa, Jean-Marie. Maar hef eerst het glas met mij: op een geslaagde missie, leve operatie Chaumes.

Dank bij voorbaat aan een goedheilig man

Een ordinaire man sprak me recent aan over de schrijfwijze van goedheilig man. ‘Dat mag je aan elkaar schrijven.’ Is het dan een echt woord? Of een willekeurige samenstelling? Van Dale kent het niet. Een zoekopdracht binnen VRT Taalnet levert eenmaal ‘goedheiligman’ op in een tekst over Lernout en Hauspie, kent u hen nog?, gedateerd in december 2000. Van spellingdilemma’s moet ik fronsen, van fronsen krijg ik hoofdpijn. Hoofdpijn heb ik al.

Jo en Pol vind ik een heerlijke context voor goedheiligman of goedheilig man. Want kent u hen nog? Er flitsen kernwoorden door mijn hoofd, die doen mij fronsen. Fraude.

Spraaktechnologie. VRT Taalnet schreef binnen die context in december 2000 een tekst tsjokvol fouten (zogezegd geschreven met de L&H-software). Wat me wederom doet twijfelen aan de geloofwaardigheid van ‘goedheiligman’.

Hoe het Jo en Pol vergaat zal me worst wezen. De hamvraag is: komt Sinterklaas?

Sinterkaas heeft ons bedrijf al bezocht. Ik wist van niets. Blijkbaar gelooft de hulpsint der bedienden niet in brave werknemers die kinderloos zijn. Maar bon, het is crisis naar het schijnt.

Kan ik hem lokken? Moet ik een brief schrijven? Een diepgaande, een persoonlijke of vijf woorden (hallo, dank bij voorbaat, groetjes) + een collage uit de boekskes? Mag ik tekenen en moeten de objecten zich dan beperken tot een kinderlijke leefwereld of mag ik mijn losse pols de vrije loop laten. Kan Sinterklaas tegen wat functioneel naakt of het grootstadsleven?

Weet de Sint echt wat alle kinderen willen? Want ik ben niet van de makkelijkste en vermoedelijk zelfs van de moeilijkste. Originaliteit staat bovenaan mijn lijstje, maar ik vermoed dat hij geen tijd heeft om voor iedereen nog een oldskool mixtape bij elkaar te knallen, om mijn concertvoorkeuren nog af te wegen, om mijn lievelingkleur of -geur te achterhalen, om mijn favoriete bloemen over te vliegen uit een ander seizoen.

Maar he, ik ben vaak ook een ordinaire -hiermee bedoel ik ‘doorsnee’- vrouw. Dus chocolade kan eventueel volstaan. Gewoon vanuit een culinaire hoek, laat de banale vrouw-chocolade conclusies achterwege of ik staak mijn geloof.

Dank bij voorbaat,

Groetjes,

Pisblom

Dancing queen

In het schijnsel van de maan – die wel heel sterk lijkt op een bureaulamp – danst Marie op tafel.
Haar blote voeten tikken zachtjes tegen het glaswerk.
Het is niet stil in de kamer vannacht. De vrouw denkt na. Het meisje lacht.
Wist ze al niet eerder dat dit te gebeuren stond?
Ze had het reeds gevoeld rond 4 uur deze namiddag.
Een ondefinieerbare jeuk aan haar benen, intrigerende tintelingen in dat inspiratierijke hoofd.
Dat was het teken.
Straks, wist ze, gingen wijsjes klinken die met haar het einde in zouden zwieren.

John danst niet. John slaapt. Achter de gesloten slaapkamerdeur snurkt hij een eigen ritme.
Vijf, zes, zeven… zijn plaat blijft steevast hangen op acht.
Maar Marie draait andere plaatjes, verzoeknummers die het onbewuste haar influistert.

Iets van de Beatles alstublieft, we voelens ons zo 1967 vandaag.

Marie wuift een arm in de lucht en reikt richting plafond.
Ze beweegt haar schaduw tegemoet, knikt ter herkenning en kromt vervolgens haar rug.
Ze speelt zwaan, strekt nu haar veren uit.
Als ze krachtig de vleugels uitslaat, kan ze wegvliegen door het open raam.
Marie buigt de knieën, veert daarop recht en zet zich in poleposition
om als een ballerina (op de toppen van haar tenen) haar ranke lichaam te lanceren.
(Goede reis, astronaut)

Marie springt.

Krak.

Zonder stevige pointes breken alle tien je tenen.
De vrouw verkrampt. Het meisje moet wenen.

De kortzichtigheid der oppervlakkige opmerkingen

Ik ben de laatste om de eerste steen te werpen. Maar waarom slingert iedereen te onpas van die dwaze (voor)oordelen naar mijn kop? Ze beginnen en eindigen overal. En ze komen verdacht spontaan. Maar houd ze daarom eventueel godverdomme toch voor uzelf. Kan dat? Zo gewoon uw bek houden en even slikken. In plaats van te veronderstellen dat je een eureka-erlebnis beleeft en die gedachtendiarree bijgevolg ook verbaal in mijn richting moet ontluchten.

SHuT UP!

Heb je geen zeven jaren gezwoegd op een studie omtrent haartooi. Sodemieter op. Ik weet heus wel dat mijn haar bewijst dat er een zoogdierversie van een kameleon bestaat. Neen, mijn collega heeft geen nieuwe collega. Ik ben het maar! Ja, ik leef onder een hoeveelheid haar waar kalende mensen kippenvel van krijgen. Waar haarlakspuitende en –snuivende soulzangeressen uren aan moeten zwoegen. Ik zeg niet dat zij op mij willen lijken, maar wel dat ik niet op hen wil lijken. Ik kan het weten, want ik weet dat stil in mijn eigen hoofd.

Heb ik een te strak, doch niet te kort, kleedje aan. Oeps, dan heb ik eventueel vestimentaire subgenre-regels aan mijn laarzen gelapt. Je draagt één avond niet de broek en bijgevolg is het onmogelijk dat je al jaren vertrouwd bent met pakweg The Sedan Vault, die pakweg getekend waren bij een punklabel. Waar zo’n doorsnee oordeeloen zonder hanenkam, tevens actief in de muziekindustrie, het lef vandaan haalt om zo’n onzin uit te kramen. Goede poging. Ja! Proficiat. Maar als The Sedan Vault –indertijd- niet de band was die ik al het vaakst live zag…

Waarom doe ik zo’n verwoede poging tot het ontkennen van de correlatie tussen kledij en muziekscènes? Ik weet vanuit een vaag ver verleden: dat het kan, dat het is! Sociologen hebben daar al kaas van gegeten en er zelfs over geschreven wanneer ze niets beters te doen hadden. Maar ik dans liever op tafel hoe ik wil. Puberaal, stoer, alternatief, vrouwelijk, snobistisch. Geef mij elke dag een andere willekeurige stempel die ik slechts deeltijds verdien.

Ik knuffel vaker bomen dan mannen, wordt luidop gedacht. Misschien vind ik ze wel allebei even leuk. Dan ben ik soms een vermeende ‘die alternatieve’ en sporadisch zo’n ‘fake vamp’. En dat is allemaal geoorloofd! Heb ik de vrijheid om in bossen te spelen of om op muren te schilderen in een afdankertje met een verschraald hipheidsgehalte? Mag ik mijn benen optisch verlengen met schoenen als hulpstuk der verleidelijke illusie. Vindt u dat mijn lingerie eerder puur functioneel moet zijn? Bel dan 04**/7*.**.*2 want ik doe daar deze maand een kwantitatieve studie over en ik heb mijn quota nog niet bereikt. De vragenlijst neemt slechts 10 minuten van uw tijd in. Al weet u net zo goed als ik dat die schatting een regelrechte leugen is.

Ik vind het jammer. Die optelsom van foutieve, oncreatieve, oppervlakkige opmerkingen van mannen, van vrouwen, van voorbijgangers, van losers. Ik klink als een cynische kameleon die sporadische, oprechte complimenten afweert door verbaal te spugen als een lama.

Rooogh sZpttTeh!

Ik vergeef u uw kortzichtigheid. Zoals u ook mij mijn tirade zal vergeven.

Google Translate Poe-try-out

Poetry is for pussies.
Sometimes I sin while writing.
And nothing makes sense after a good Google Translate translation.
But crap even makes some sort of (non)sense.
That’s why I declare this ‘an experiment’.
Poe-try

Gotta click twice
for full size